| Onlangs werd door het RD een serie interviews geplaatst van bijzondere Nederlanders. Zo kreeg Pieter Jan ook de uitnodiging om een interview af te geven op een voor hem dierbare plek in Nederland. Daarvoor behoefde niet ver gereisd te worden: die plek ligt zeg maar naast zijn voordeur. ELBURG – Voor de opname van een indrukwekkende serie van zestig cd's met geestelijke Bach‑cantates ‘woonde' hij zo'n 250 dagen in de Grote of Sint Nicolaaskerk in Elburg. Musicus Pieter Jan Leusink (48) voelt zich verbonden met dit bedehuis waar hij een stukje levenswerk –„zo zie ik het”– maakte. „Het is mijn thuisbasis.” Regelmatig weerkaatst zijn lachsalvo tegen de stenen muren van het oude kerkgebouw, waar het aangenaam koel is. Ontspannen zit Pieter Jan Leusink –dirigent van het Holland Boys Choir, Bach Choir, Bach Orchestra, het Urker Mannen Ensemble en het Rijssens Mannenkoor– erbij. Hij laat niet na tussen het gesprek door af en toe een ferme trek van zijn sigaar te nemen.„Dit kerkgebouw is geweldig om in te werken”, zegt Leusink. Met zijn arm maakt hij een wijds gebaar. „Het is vergelijkbaar met de Thomas‑kirche in Leipzig waar Bach als kerkorganist begon. Niet al te groot, maar de ruimte is geweldig, evenals de oude wandschilderingen en versieringen. Als we hier zijn voor concerten, heeft dat iets bijzonders voor me.” Niet alleen de muzikale optredens geven Leusink een gevoel van verbondenheid met de Grote kerk. Ook herinneringen aan zijn jeugd spelen daarin mee. „Mijn voorouders waren vissers. Ik ging een andere weg, maar bleef een Elburger. Als jongetje heb ik hier al om de kerk gespeeld. In het oude stadscentrum –nog voor de restauratie– speelde ik in de straatjes en steegjes soldaatje met m'n vriendjes. Bij de restauratie van de kerk kon je zo naar binnen lopen. Alles was leeg en de vloer lag eruit.” Dat hij later als musicus veel zou optreden in het Elburgse bedehuis, had hij in zijn jonge jaren niet kunnen bevroeden. „Van mijn zesde tot mijn zestiende jaar deed ik de muziek er een beetje bij. Ik studeerde drie tot vier keer per week op het kerkorgel. Pas toen kreeg ik door dat ik toch wat talent bezat. Op dat moment dacht ik er nog niet eens aan om van het musiceren m'n beroep te maken.” Hoe anders liep het. Van de Elburgse musicus en Bach‑liefhebber liggen intussen wereldwijd 6 miljoen cd's met cantates van de Duitse componist in de muziekwinkels. „Dat Bach‑project was een enorme klus. Alle omstandigheden moesten gunstig zijn om dit in een recordtijd van twee jaar te doen”, zegt Leusink. „Het was zes dagen per week opnemen met de jongens van Holland Boys Choir en begeleidend orkest. 's Morgens acht uur uit bed, om elf uur beginnen met de opnames en 's avonds om elf uur naar huis. Daar ging ik de volgende dag voorbereiden, vaak tot diep in de nacht. Anderhalf jaar lang sliep ik per nacht slechts een paar uur'. De opnames eisten rust en stilte in en rond de kerk. Leusink weet zich nog te herinneren hoe een irritant bromgeluid de opnames verstoorde. „We gingen buiten kijken en in alle hoeken en gaten van de kerk. Nergens iets te vinden. Bleek dat een eindje verderop een graafmachine bezig was. Lachend: „Dat is nu weer het nadeel van een kerkgebouw als deze. Het absorbeert alle geluid uit de omgeving. Wat doet het dag en nacht bezig zijn met Bachs cantates een dorpsjongen uit Elburg? Leusink: „Bach uitvoeren zonder dat je weet waarover het gaat, kan niet. Hij was voor die tijd geniaal. De muziek moet wel uit zijn diepste innerlijk gekomen zijn, anders kun je die cantates of een werk als de Mathäus Passion niet maken. Het koraal ”wenn ich einmal soll scheiden” maakt gevoelens bij me los door bijvoorbeeld ingrijpende gebeurtenissen waaraan ik terug denk. Maar tijdens een uitvoering heb ik geen tijd daaraan te denken. Op dat moment ben ik heel menselijk met de muziek bezig, omdat de muziek van Bach opperste concentratie vraagt.” Leusink heeft ook niet de intentie met zijn muziek te evangeliseren. „Ik heb geen publiek in de kerk zitten dat alleen vanuit religieuze motieven een concert bezoekt. Er zitten ook enkele ‘Bachofielen' en mensen die alleen maar om de barokmuziek komen luisteren. Het gaat mij erom dat ik met de muziek het publiek bereik. Mensen moeten zeggen: wat is het mooi. Of het nu is vanwege hun geloof of omdat ze het puur technisch gezien erg goed en mooi vinden.” Een vertrek uit Elburg is voor Leusink geen optie. „Ik ga nooit weg uit dit prachtige stadje. Noem het een gevoel. Ik ben ook helemaal geen vakantiemens. Slapen in een hotel is voor mij een verschrikking. In Elburg kan ik mijn leventje leiden waarbij ik sterk hecht aan dingen die mij vastigheid geven. Hier is mijn thuis en ik voel me er gelukkig met m'n vrouw, kinderen en de drie honden.” |