| Het liefst drukke types op Holland Boys Choir' Dirigent Pieter Jan Leusink gaat werken met repetitors door Peter Sneep ELBURG "Als je hier kunt zingen, kun je het overal", zegt Pieter Jan Leusink, dirigent en oprichter van het Holland Boys Choir. Hij staat in de koorruimte van het eigen muziekcentrum van het koor, een modern gebouw in een buitenwijk van Elburg. De jongens en mannen repeteren in luxueuze rode klapstoelen, die net als in een concertgebouw genummerd zijn. De ruimte is droog en daardoor hoor je elk foutje van de zangers. Leusink wil alleen nog maar uitvoeringen dirigeren in mooie oude kerken. ,"Ik moet me prettig voelen als ik aan het werk ben. In moderne kerken heb ik dat niet. Hier wel", zegt hij. Het koor is onder andere bekend van zijn medewerking aan de uitvoering van de Bach-cantates voor de Kruidvat-cd's en van een jaarlijkse uitvoering van Bachs Matthäus Passion. Ruim 22 jaar geleden richtte Leusink het op onder de naam Stadsknapenkoor Elburg. Toen het koor bekender werd, kreeg het zijn huidige Engelse naam. Tijdens de NCRV-kerkmuziekdagen verzorgt het koor het vrijdagavondconcert met muziek van Bach, Handel, Mozart Schubert, Goss en Gounod. Vaste begeleider Martin Mans bespeelt het orgel. Leusink weet wat hij wil met zijn jongenskoor: muziek maken. Behoefte aan nadoen van andere koren of dirigenten heeft hij niet. "Ik wil geen Engels of Duits jongenskoor imiteren. Ik wil een koor dat zingt zoals ik het wil. Ik heb in Duitsland en Engeland naar koren gekeken en ik heb eruit opgepikt wat ik mooi vond. In Engeland heb ik sir David Willcocks ontmoet. Van hem heb ik veel geleerd, ook wat betreft dirigeren. Dat is eigenlijk heel simpel. Ik heb slagtechniek geleerd van mijn leraar gregoriaans op het conservatorium. Hij gaf me een videoband mee waarop dirigent Leonard Bernstein aan het werk te zien is. "Kijk maar goed hoe hij het doet, dan leer je het ook', zei hij." Leusink (48), begon zijn muzikale loopbaan als organist na een conservatoriumstudie in Zwolle. "Als organist was ik al gauw vastgelopen. Je moet veel studeren, je geeft weinig concerten en doet dat op kleine orgels. Het duurt lang voordat je op grote orgels wordt uitgenodigd. Ik was 26 en vroeg me af of dit mijn grote doel was. Ik bezocht in die tijd een uitvoering van het jongenskoor van de Plechelmusbasiliek in Oldenzaal. De jongens droegen Adidasschoenen en dat intrigeerde me. Ze hielden van voetballen en van klassieke muziek. Kennelijk kon dat samengaan." "De mensen in Elburg hadden geen idee wat ik wilde met het koor. Ze kenden het hele verschijnsel niet dat jongens van de basisschool op een koor zingen. Toch stuurden ouders hun jongens naar me toe. In het begin kostte het me moeite hen uit te leggen hoe ze met hun kopstem moesten zingen. Tegenwoordig gaat dat vanzelf. Jongens die nieuw op het koor komen, horen het de andere jongens doen en nemen het vanzelf over. Discipline is op die manier ook geen probleem meer: de oudere jongens leggen de jonkies wel uit wat bij mij wel en niet mag." Het koor heeft vijftig sopranen. Ongeveer vijftien zitten in het zogenoemde opleidingskoor. De rest zingt in het concertkoor, maar daar zijn ook weer gradaties in. "Tien van de concertzangers zijn echte leiders, zij zitten in de hoogste groep." De jongens van het Holland Boys Choir zijn verdeeld in vier groepen. De jongsten krijgen een half uur per week les, de oudste groep twee keer twee uur in de week. Ze komen uit Elburg en wijde omgeving: Zwolle, Genemuiden, Apeldoorn, Nieuwleusen. "Ouders moeten wel weten waar ze aan beginnen als ze hun kind aanmelden", zegt Leusink, die het liefst drukke jongens op het koor heeft. "Drukke types zingen het best. Rustige jongens zingen zoals ze zijn: bedeesd." Ouders moeten niet alleen hun kinderen naar de repetities brengen en weer ophalen. Ze moeten er ook voor zorgen dat ze op tijd bij de concertlocaties zijn.²,In tegenstelling tot de andere jongenskoren in Nederland geven wij veel concerten per jaar." Een deel van de allereerste lichting jongens zingt nog steeds bij het koor, nu niet meer als sopranen, maar als tenoren en bassen. Ze hebben duizend concerten meegezongen en duizenden repetities meegemaakt. Ze hebben een enorme ervaring en ze kunnen snel nieuwe muziek instuderen." Nog steeds stromen jongens na hun stembreuk door naar de mannen. Veel anderen stoppen met zingen als ze de baard in hun keel krijgen. Erg vindt Leusink dat niet. "Anders had ik nu zevenhonderd mannen op het koor gehad. Dat is onmogelijk." De dirigent en oprichter deed tot toe alle wekelijkse koorrepetities alleen. "Ik wil repetitors aanstellen die mijn werk grotendeels overnemen. Een van de repetitors is al aangesteld: counter Sytze Buwalda die al veel met het koor heeft samengewerkt. Ik heb niet alleen dit koor", zegt Leusink, "maar ik ben ook nog dirigent van andere ensembles. Onlangs heb ik nog een beroepskoor opgericht, waarmee ik vier tot vijf projecten per jaar wil doen. Ik houd van concerten, dat doe ik het liefst." Inmiddels is het concertleven van Leusink en zijn koren uitgegroeid tot een bedrijf met een aantal werknemers in dienst. "Bijna alle concerten organiseren we zelf. Bij elkaar komen er per jaar ruim honderdduizend mensen. Dat is twee keer het Feijenoordstadion vol." | ![]() |